12°C

Volg ons op
social media

Berlijnplein moet het voorbeeld worden voor circulair bouwen

Technische innovaties, slim ontwerp en alternatieve financiële rekenmodellen zijn onmisbaar bij de duurzame toekomst van Berlijnplein. Maar uiteindelijk gaat de circulaire bouwopgave om mensenwerk. Innoveren is leren.

Tekst: Jeroen Junte | Beeld: Rogier Boogaard

De cijfers liegen er niet om. De bouwsector gebruikt één derde van alle grondstoffen en zorgt voor één derde van het afval. Een antwoord op dit probleem is circulair bouwen, waarbij door hergebruik en recyclen van bestaand bouwmateriaal de natuurlijke grondstofvoorraad, het milieu en de aarde niet verder worden uitgeput. Voor het realiseren van deze ambities van Berlijnplein zijn duurzaamheidsadviseurs Fulco Treffers en Noor Huitema onmisbaar. Huitema buigt zich met haar bureau Copper8 over hoe de vraag hoe met beperkt budget toch hoge circulaire ambities kunnen worden waargemaakt. Treffers is met zijn adviesbureau 12N Urban Matters een aanjager van de benodigde innovatie die moeten leiden tot de realisatie van een iconisch cultuurcluster van gebouwen en publieke buitenruimte op Berlijnplein in 2025. “De gemeente Utrecht neemt daarbij een voortrekkersrol door de circulaire lat hoog te leggen. Wij denken dat het realistisch is, maar zeker weten wij dat ook niet. Maar ja, als we het allemaal al precies weten, dan zouden we ook niet innoveren.”

Voordat het gesprek met dit circulaire duo kan beginnen, moet eerst een misverstand worden opgehelderd. Namelijk dat iconisch architectuur onlosmakelijk is verbonden met esthetiek. Onzin, vinden beiden. Treffers: “De iconische waarde van architectuur kan ook in de verhalende inhoud zitten. Bijvoorbeeld als voorbeeldfunctie voor andere gebouwen.” Huitema knikt: “Die verhalende waarde van architectuur kan zelfs de bouwsector overstijgen en de maatschappelijke transitie naar de circulaire economie in gang zetten of versnellen.”

Adaptieve architectuur

Als ze dan toch bezig zijn misverstanden op te ruimen, dan heeft Huitema nog een hardnekkige. “Architectuur die 100 procent circulair is, bestaat niet. Niet als gebouw en ook niet publieke buitenruimte.” Toch zijn er voldoende gereedschappen voor handen om een duurzaam voorbeeld te bouwen. “Bij de plannen voor het nieuwe cultuurcluster Berlijnplein hanteren wij vijf circulaire basisprincipes. In de eerste plaats zo min mogelijk materiaal gebruiken. Het gebruikte materiaal moet bovendien circulair zijn. Optimaal zijn bouwmaterialen die al zijn gerecycled, en anders op z’n minst geschikt zijn voor hergebruik of verwerkt kunnen worden tot nieuwe materialen.” Ook moet bij de materiaalkeuze rekening worden gehouden met de footprint, onder meer in energieverbruik en co2-uitstoot.

Een andere manier om circulaire doelstellingen te bereiken is volgens Huitema een slim ontwerp. Een laag energieverbruik bij zowel de bouw als bij het daaropvolgende gebruik spreekt voor zich natuurlijk. Daarnaast kan in de architectuur rekening worden gehouden met de implementatie van nieuwe innovaties in bijvoorbeeld energieopwekking, zoals geïntegreerde zonnepanelen of ondergrondse warmteopslag. “Een adaptief en toekomstbestendig gebouw heeft een langere levensduur, wat nog steeds een efficiënte vorm van duurzaamheid is.” Ten slotte moet een gebouw zo zijn ontworpen dat het einde van zijn cyclus kan worden gedemonteerd en de losse onderdelen opnieuw zijn te gebruiken. “Flexibiliteit, adaptiviteit en losmaakbaarheid moeten key zijn in de ontwerpfase.”

Over deze vijf basisprincipes heeft Treffers van het 6S-model van de Amerikaanse duurzaamheidsgoeroe Stewart Brand gelegd. Dit ‘lagenmodel’ uit 1994 gaat uit van verschillen in omloopsnelheid van bouwmaterialen, bijvoorbeeld meubilair, interieur, installaties, de buitenschil van dak en gevel, constructie en grond. Hoe kan zo slim mogelijk worden geanticipeerd op de verschillende momenten waarop deze bouwonderdelen moeten worden vervangen? Bij Berlijnplein wordt nóg een stap verder gegaan. “We hebben van het 6S model een 9S model gemaakt en drie lagen toegevoegd: de omgeving, het plein zelf en de sociale kant, zoals de culturele programmering, de organisatie en het beheer van de plek.” Huitema vult aan: “Op deze manier krijgen de partijen en ook de mensen die daadwerkelijk gebruik maken van Berlijnplein handvatten om circulariteit in elk aspect van hun activiteiten en bedrijfsvoering te integreren. Dat is niet iets passiefs maar vereist reflectie om er een eigen invulling aan te kunnen geven.”

Mensenwerk

Alle handzame theorieën met “5 basisprincipes” en “9S-modellen” ten spijt, het belangrijkste van een circulaire aanpak van Berlijnplein zou zomaar de synergie tussen de stakeholders kunnen zijn. Treffers: “Ons doel is om een gemeenschappelijke taal te creëren die de verschillende werelden van mensen samenbrengt: ieder vanuit zijn eigen vakgebied, maar tegelijk met oog voor het complete plaatje. De uitbreiding van 6 naar 9 lagen voorkomt bijvoorbeeld een ééndimensionale aanpak, waarbij de architect of de aannemer de lead neemt en de rest erachteraan loopt.” De verschillende expertises en de onderlinge ordening van de schaalniveaus vraagt veel van de mensen die aan het project werken. Noor vult daarom aan: “Kan je de integrale blik van iedereen in het team verlangen, of gaat het meer over het open staan voor de insteek van anderen, de wil om te leren van de inbreng van anderen?”

Circulair bouwen is in de eerste plaats dan ook mensenwerk. Daarover zijn Huitema en Treffers het roerend eens. “Vernieuwing gaat veel verder dan het toepassen van technische innovaties”, aldus de oprichter van Copper8. “Veel aandacht gaat bij circulair bouwen uit naar techniek; hoe kan je materialen hergebruiken bijvoorbeeld. Maar het borgen van die circulaire oplossingen is minstens zo belangrijk. Door te veel te vertrouwen op louter technische innovaties, ontstaat het risico van opzichzelfstaande oplossingen. Waardoor restmaterialen voor je het weet alsnog in de verbrandingsoven eindigen.”

Een voorbeeld van hoe het niet moet is volgens Huitema het Vierde Gymnasium in Amsterdam. “Circulair-technisch is dat super goed ontworpen, maar er is geen rekening gehouden met de restwaarde en een partij die daadwerkelijk snapte hoe het uit elkaar te halen ontbrak eveneens. Daardoor was het goedkoper om er gewoon de sloopkogel tegen te zetten, dan om het uit elkaar te halen om de reststromen te hergebruiken. Daarvoor zijn partnerschappen in de hele keten nodig. Ook moet worden gezocht naar duidelijke verdienmodellen voor circulaire toepassingen.”

Kritische dialoog

Circulaire verdienmodellen. Waarmee ook de olifant in de kamer tijdens het gesprek is benoemd. Want misschien wel het grootste circulaire misverstand is dat deze manier van bouwen duurder is. Het vraagt alleen om alternatieve financiële modellen, benadrukt Treffers. Hoe kunnen partijen de circulaire waarde van materialen garanderen? “Dat zijn geen eenvoudige opgaves. Daarom is het bouwconsortium van het nieuwe cultuurcluster op Berlijnplein samengesteld op basis van een intrinsieke drive om verandering teweeg te willen brengen. Alle betrokken partijen – aannemer, architecten, gebruikers en de gemeente als opdrachtgever – voeren een constante dialoog over de circulaire ambities. Deze partijen moeten open staan voor wat ze nog niet kennen. Anders krijg je wat je al kent. Uiteindelijk moet er één team staan die elkaar inspireert en informeert. Innoveren is leren. Wat betekent dat niet alleen het succes maar ook de worsteling wordt gedeeld. De zaken die niet gelukt zijn.” Dat vereist een voortdurende kritische zelfreflectie. “Een worsteling is bijvoorbeeld de spanning tussen de continue verandering van Berlijnplein die we ambiëren en het risico op verspilling door die verandering.”

De bestaande tijdelijke gebouwen op Berlijnplein – Het Makershuis, het tijdelijke paviljoen van DePlaatsmaker en het gebouw van RAUM/Venster – fungeren hierbij als leermoment. Treffers: ”Wat hadden we anders moeten doen? Wat hebben we goed gedaan?” Om de vraag vervolgens zelf te beantwoorden: “Wij hadden vooraf geen kwalitatieve of kwantitatieve doelen gesteld. Hiermee zouden we veel winst kunnen behalen. Wel hebben we redelijk vergaande circulaire keuzes gemaakt en doorgevoerd. Deze en andere lessen kunnen we weer inbrengen voor de nieuwbouw. Zo verbinden we de korte termijn met de lange termijn.”

Tandwiel

Kortom, ook de praktische implementatie van circulaire bouwambities blijft mensenwerk, vat Huitema samen. “Er moet veel tijd worden geïnvesteerd in de zachte kant van de samenwerking. Aannemers zijn dat niet altijd gewend. Waarom zit ik zo’n sessie, het kost alleen maar tijd en geld – dat vragen zij zich dan zich af.  Maar op momenten dat het spannend wordt en knopen moeten worden doorgehakt, dan win je deze ‘verloren’ tijd meteen terug.” Snel rendement en korte-termijn-voordelen staan haaks op circulair bouwen, vindt ook Treffers. “Een intensieve dialoog om elkaar te leren kennen en ideeën uit te wisselen wordt gezien als tijdverlies en dus als kosten. Iets voor believers. Terwijl het juist een opbrengst is. De faalkosten worden immers verminderd.”

Huitema ziet de realisatie van het nieuwe cultuurcluster op Berlijnplein als “een tandwiel met drie radertjes”. Technische, procesmatige én financiële innovaties grijpen ineen om circulariteit te borgen. “Er is goed nagedacht over de technische principes van circulariteit. Vervolgens naar de ruimtes die in de financiële modellen moeten worden gecreëerd, zodat de deelnemende partijen daadwerkelijk waarde gaan toekennen aan circulariteit. Bijvoorbeeld door de restwaarde in de ontwikkeling mee te nemen in de beschikbare budgetten.”

Dat klinkt alsof circulair bouwen vooral is gebaseerd op protocollen en afspraken. Maar, verzekert Huitema, het gaat juist niet om regels voorschrijven, maar om ruimte bieden. “De gebruikers van Berlijnplein moeten zich bewust zijn van de mogelijkheden en onmogelijkheden van de nieuwe gebouwen en buitenruimte. Het zou fantastisch zijn als zij straks dat cultuurcluster helemaal doorleven en dit kunnen overbrengen aan bezoekers. Dan is de iconische voorbeeldfunctie geslaagd.”

 

Noor Huitema is oprichter van Copper8, met compagnon Cécile van Oppen. Dit innovatieve adviesbureau op gebied van duurzame transities is twee jaar terug aangesloten bij het team van Berlijnplein. Door te adviseren, te onderzoeken en te ondernemen laat Copper8  zien duurzaamheid niet duur(der) of minder mooi hoeft te zijn – mits het proces en het business model goed worden georganiseerd. Huitema wordt daarbij gedreven voor een persoonlijke motivatie om de wereld te verbeteren. En de overtuiging de transitie naar een circulaire economie om meer draait dan financiën.

Fulco Treffers is de aanjager innovatie in het projectteam Berlijnplein. Dat doet hij met het adviesbureau 12N Urban Matters dat hij zeventien jaar geleden oprichtte. Hij werkt aan projecten over participatie, circulaire economie en andere maatschappelijke vraagstukken. Of zoals hij zelf zegt: urban matters that matter. Solidariteit en emancipatie zijn daarbij een vast uitgangspunt. Opdrachtgevers van 12N zijn veelal lokale overheden, woningcorporaties en cultuurinstellingen.